Wanneer een jaar of wat geleden een deel van het Centraal archief Bijzondere Rechtpleging (CABR) besluit om haar archieven deels online doorzoekbaar te maken onstaat er bij heel wat families de vraag. Hoe zat het met onze familie in de oorlog? Al snel bleek dat je alleen naar namen kon zoeken, maar dat de archieven zelf nog alleen in te zien waren in den Haag. Met een enorme wachtrij tot gevolg.
Dit jaar in mei werd ik herinnerd aan de mogelijkheid, en besloot ik het archief te bezoeken. Dus afspraak gemaakt, dossiernummers opgegeven en een pasje laten maken. Gezien de gevoeligheid van het archief zijn er wat extra maatregelen. Zo mag je alleen papier en een potlood meenemen, maar dan wel zonder gummetje. Een laptop was ook toegestaan om te typen, maar wel met plakker op de webcam. De baliemedewerkers en beveiliging waren uiterst vriendelijk maar ook degelijk in hun controles. De tas moest in een locker, de zakken moesten leeg en de laptop moest open om te laten zien dat er niets tussen zat.
De doos met Dossier D 1121 van het Tribunaal te ’s Hertogenbosch stond klaar. De doos bevat een stapel dossiers waar ik eigenlijk niet in mocht kijken. Het bevat beschuldigingen van andere personen dan ik had aangevraagd. Zo ook een foto met een rij Waffen S.S. officieren met een pijl er op getekend “Dit is de heer X”. Duidelijk geval leek me, maar niet het dossier waar ik voor kwam gelukkig.
Het dossier van Petrus Adrianus Josephus Nouwens bleek niet erg dik. Het bevat een aantal orginelen, een beschuldiging, getuigenverhoren en tot mijn geruststelling een besluit tot seponering.
De beschuldiging
Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Geboren te Standdaarbuiten, 1 dec. 1902
Van beroep slager
Wonende te ’s Hertogenbosch
1e. heeft bewerkt dat door een lid van de N.S.B. en de Ortskammandantur de woning van E.M. in beslag werd genomen.
2e. zijn werkplaats en werkbanken met het hakenkruis beschilderde
3e. zijn personeel aanspoorde dienst te nemen bij de Waffen S.S.;
4e. Vleesch aan Duitschers leverde voor f.10,- of f.12,- per pond; zijnde deze handelingen en/of gedragingen van toepassing art.1 van het tribunaalbesluit.
E.M. is een van de beschuldigers. Ik heb omwillen van hen en hun nabestaanden de namen vervangen voor de initialen.
Opgeroepen tegen maandag 9 juli 1945 te 2 uur
P.A.J. Nouwens, Markt 65, ’s Bosch
Als getuigen: E. M., koninginnelaan 13 ’s Bosch
Th. van der B., Koninginnelaan 13, ’s Bosch
Opgeroepen tegen maandag 23 Juli 1945 te 11 uur de getuige G. van der B.
Verhoor beschuldigde – 9 juni 1945
Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Etc
Heeft de volgende verklaring afgelegd en onderteekend.
Ik weet niet waarom de woning van E.M. en zijn vrouw tijdens de oorlog door de Duitsers is gevorderd. Ik stond daar geheel buiten. Ik heb daarover nooit een gesprek gehad met den Heer Goedhart en heb deze zelfs nooit gesproken. Bij de oude rommel die op de binnenplaats op een afdakje lag, bevond zich een stuk hout waarop een hakenkruis. Hoe dat hakenkruis daarop kwam en wie dat heeft gedaan, is mij niet bekend. Ik heb het zelf niet gedaan. Andere hakenkruisen dan dat ene waren er niet aanwezig. Ik heb nooit personeel aangespoord dienst te nemen bij de Waffen S.S. Wel heb ik zelf moete gehad met enkele leden van het personeel die N.S.B.’er waren. Ik heb nooit op de binnenplaats gezegd en ook ergens anders dat met beter lid kon zijn van de Waffen S.S. dan naar Duitsland te gaan.
De verbouwing van het pand aan de Hinthamerstraat hoek Gasselstraat ging de f.500,– niet te boven. Om daarna aan de z.g. herstelwerkzaamheden te beginnen. In totaal kostte alles ongeveer f.1200,–. Met de installatie mee kostte alles f.5 à f.6000,–. M. heeft hierover met mij nooit gesproken. Ik heb ook nooit tot hem gezegd maar te moeten huizen met de wolven waar we mee in het bos zijn.
Ik heb nooit persoonlijk vlees voor de Duitsers gebracht in de woning van M. Of de filliaalhouder dit gedaan heeft is mij onbekend. Ik ben voorzitter geworden na de bevrijding van de R.K.Slagersorganisatie, Vakgroep slagerijen en vice-voorzitter van de R.K.Middenstandsvereniging. Tijdens de oorlog heb ik schulden moeten maken, zowel de N.V. als privé. De N.V. heeft ongeveer f.20.000,– schuld. Ik heb nooit zwart verkocht.
Getuigenverhoren – 9 juni 1945
De andere verhoren heb ik niet geheel overgetikt. Het is een verhaal wat goed is samengevat in de beschuldiging. Het echtpaar is inderdaad uit hun huis en pension op de hoek van de Gasselstraat gezet door de bezetters. Het stel is overtuigd dat Piet achter de uitzetting zat en samenwerkte met de bezetters.
De verbouwing waar Piet aan refereerde was voor cafetaria Noba. Dat opa midden in de oorlog een cafetaria kon openen vond ik eerder al vreemd. Bij navraag in de familie bleek dat het aanbod vooral bestond uit eierkoeken en wat groentesoep waarvoor de ingedienten ook tijdens de oorlog geen tekort aan was. Voor de verbouwing was het een van de winkels van de slagerij, “Centrale vleeschhal”.

Getuigenverhoor – 23 Juli 1945
G. van der B. tegen Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Geboren te Standdaarbuiten, 1 dec. 1902
Van beroep slager
Wonende te ’s Hertogenbosch
De getuige verklaart als volgt:
(Samengevat) van der B. moest van de bezetters een huis vorderen. Hij heeft de bewoners geholpen aan een nieuwe huis. In het huis was Gasselstraat 1, pension “M.”. Getuige verklaart dat Dhr Nouwens niets te maken heeft met de ontruimingskwestie.
Adviesrapport
Rapport van den Commissaris J.J.H. van der Brug
Inzake
P.A.J. Nouwens, slager, wonende te ’s-Hertogenbosch
Door mij werden de beschuldigde en drie getuigen gehoord. Door de verklaring der drie getuigen is niet bewezen, hetgeen in het aangifte formulier wordt tenlastegelgd.
Etc.
Mijns inziens kan deze zaak worden geseponeerd.
Besluit tot seponeren van een aangifte
Het tribunaal voor het arrondissement ’s-Hertogenbosch, kamer, in de raadkamer vergaderende en kennis genomen hebbende van de procestukken betrekking hebben op de beschuldigde:
Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Van Beroep: slager
Wonende te: ’s Hertogenbosch
BESLUIT
De aangifte tegen de voorgenoemde beschuldige te seponeren, daar deze ongegrond bevonden is, omdat niet blijkt van eene gedraging van de(n) beschuldigde, welke de opleggging van een bijzondere maatregel zou wettigen.
Aldus genomen op 1 Augustus 1945
Ondertekend Mr Nollen, B.Luijten,, en A Valssen
Conclusie
Na het horen van de beschuldigde en drie getuigen oordeelde men dat de aantijgingen ongegrond waren, en dat er geen sprake was van gedragingen die een bijzondere maatregel zouden rechtvaardigen. De getuigenverklaringen ondersteunden de beschuldigingen niet, en ook de onderzoekende commissaris adviseerde tot seponering.
Het zijn beschuldigingen die ons nu, ruim tachtig jaar later, bijna onwerkelijk voorkomen. Toch waren zij in 1945 alledaags. Na de bevrijding ontstond in heel Nederland een breed gedragen behoefte aan rekening en verantwoording. De zogeheten bijzondere rechtspleging werd in het leven geroepen om collaboratie, landverraad en hulp aan de bezetter te berechten. Naast de bijzondere gerechtshoven, die de zwaardere zaken behandelden, werden er tribunalen ingesteld voor de lichtere gevallen. Deze tribunalen konden bijzondere maatregelen opleggen, zoals internering, ontzetting uit beroep of verlies van het kiesrecht, zonder dat sprake hoefde te zijn van een strafbaar feit in de klassieke zin.
De omvang van deze operatie was enorm. Naar schatting werden zo’n 150.000 personen gearresteerd, en deden de tribunalen uiteindelijk ongeveer 50.000 uitspraken. Het tribunaal te ‘s-Hertogenbosch hield zijn eerste officiële zitting op 26 juli 1945, geopend door de in de familie goed bekende mr. Henry Holla. Het dossier D 1121 dateert van precies diezelfde dagen, en plaatst zijn zaak dus middenin de allereerste fase van de naoorlogse berechting.

Bron: http://hdl.handle.net/10648/af22b570-d0b4-102d-bcf8-003048976d84
In die context moet de aangifte tegen opa worden begrepen. De grens tussen overleven en meebewegen met de bezetter was tijdens de oorlog vaak diffuus, en in de naoorlogse afrekening werden oude rekeningen, jaloezie, en buurtruzies soms vermengd met oprechte verontwaardiging. Een aangifte was snel gedaan, en niet zelden gevoed door meer dan louter feiten.
Wat overblijft is een dossier dat ons een beeld geeft over een tijd die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen. Een tijd waarin een gemeenschap, gehavend door vijf jaar bezetting, zocht naar recht en herstel, en waarin de levens van gewone mensen, een slager, zijn buren, zijn personeel, plotseling onder het vergrootglas van argwaan kwamen te liggen. Dat mijn opa na onderzoek werd vrijgesteld van verdere vervolging, zegt iets over zijn zaak. Dat de aangifte er überhaupt kwam, zegt evenveel over de tijd waarin zij werd gedaan.
Bronnen
Netwerk Oorlogsbronnen (oorlogsbronnen.nl), Tribunaal ‘s-Hertogenbosch;
Wikipedia, “Bijzondere rechtspleging“;
Historiek.net, “Bijzondere rechtspleging 1944-1952“.











































