Besluit tot seponeren van een aangifte – Dossier D 1121 – augustus 1945

Wanneer een jaar of wat geleden een deel van het Centraal archief Bijzondere Rechtpleging (CABR) besluit om haar archieven deels online doorzoekbaar te maken onstaat er bij heel wat families de vraag. Hoe zat het met onze familie in de oorlog? Al snel bleek dat je alleen naar namen kon zoeken, maar dat de archieven zelf nog alleen in te zien waren in den Haag. Met een enorme wachtrij tot gevolg.

Dit jaar in mei werd ik herinnerd aan de mogelijkheid, en besloot ik het archief te bezoeken. Dus afspraak gemaakt, dossiernummers opgegeven en een pasje laten maken. Gezien de gevoeligheid van het archief zijn er wat extra maatregelen. Zo mag je alleen papier en een potlood meenemen, maar dan wel zonder gummetje. Een laptop was ook toegestaan om te typen, maar wel met plakker op de webcam. De baliemedewerkers en beveiliging waren uiterst vriendelijk maar ook degelijk in hun controles. De tas moest in een locker, de zakken moesten leeg en de laptop moest open om te laten zien dat er niets tussen zat.

De doos met Dossier D 1121 van het Tribunaal te ’s Hertogenbosch stond klaar. De doos bevat een stapel dossiers waar ik eigenlijk niet in mocht kijken. Het bevat beschuldigingen van andere personen dan ik had aangevraagd. Zo ook een foto met een rij Waffen S.S. officieren met een pijl er op getekend “Dit is de heer X”. Duidelijk geval leek me, maar niet het dossier waar ik voor kwam gelukkig.

Het dossier van Petrus Adrianus Josephus Nouwens bleek niet erg dik. Het bevat een aantal orginelen, een beschuldiging, getuigenverhoren en tot mijn geruststelling een besluit tot seponering.

De beschuldiging

Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Geboren te Standdaarbuiten, 1 dec. 1902
Van beroep slager
Wonende te ’s Hertogenbosch

1e. heeft bewerkt dat door een lid van de N.S.B. en de Ortskammandantur de woning van E.M. in beslag werd genomen.
2e. zijn werkplaats en werkbanken met het hakenkruis beschilderde
3e. zijn personeel aanspoorde dienst te nemen bij de Waffen S.S.;
4e. Vleesch aan Duitschers leverde voor f.10,- of f.12,- per pond; zijnde deze handelingen en/of gedragingen van toepassing art.1 van het tribunaalbesluit.

E.M. is een van de beschuldigers. Ik heb omwillen van hen en hun nabestaanden de namen vervangen voor de initialen.

Opgeroepen tegen maandag 9 juli 1945 te 2 uur
P.A.J. Nouwens, Markt 65, ’s Bosch
Als getuigen: E. M., koninginnelaan 13 ’s Bosch
Th. van der B., Koninginnelaan 13, ’s Bosch
Opgeroepen tegen maandag 23 Juli 1945 te 11 uur de getuige G. van der B.

Verhoor beschuldigde – 9 juni 1945

Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Etc
Heeft de volgende verklaring afgelegd en onderteekend.

Ik weet niet waarom de woning van E.M. en zijn vrouw tijdens de oorlog door de Duitsers is gevorderd. Ik stond daar geheel buiten. Ik heb daarover nooit een gesprek gehad met den Heer Goedhart en heb deze zelfs nooit gesproken. Bij de oude rommel die op de binnenplaats op een afdakje lag, bevond zich een stuk hout waarop een hakenkruis. Hoe dat hakenkruis daarop kwam en wie dat heeft gedaan, is mij niet bekend. Ik heb het zelf niet gedaan. Andere hakenkruisen dan dat ene waren er niet aanwezig. Ik heb nooit personeel aangespoord dienst te nemen bij de Waffen S.S. Wel heb ik zelf moete gehad met enkele leden van het personeel die N.S.B.’er waren. Ik heb nooit op de binnenplaats gezegd en ook ergens anders dat met beter lid kon zijn van de Waffen S.S. dan naar Duitsland te gaan.

De verbouwing van het pand aan de Hinthamerstraat hoek Gasselstraat ging de f.500,– niet te boven. Om daarna aan de z.g. herstelwerkzaamheden te beginnen. In totaal kostte alles ongeveer f.1200,–. Met de installatie mee kostte alles f.5 à f.6000,–. M. heeft hierover met mij nooit gesproken. Ik heb ook nooit tot hem gezegd maar te moeten huizen met de wolven waar we mee in het bos zijn.

Ik heb nooit persoonlijk vlees voor de Duitsers gebracht in de woning van M. Of de filliaalhouder dit gedaan heeft is mij onbekend. Ik ben voorzitter geworden na de bevrijding van de R.K.Slagersorganisatie, Vakgroep slagerijen en vice-voorzitter van de R.K.Middenstandsvereniging. Tijdens de oorlog heb ik schulden moeten maken, zowel de N.V. als privé. De N.V. heeft ongeveer f.20.000,– schuld. Ik heb nooit zwart verkocht.

Getuigenverhoren – 9 juni 1945

De andere verhoren heb ik niet geheel overgetikt. Het is een verhaal wat goed is samengevat in de beschuldiging. Het echtpaar is inderdaad uit hun huis en pension op de hoek van de Gasselstraat gezet door de bezetters. Het stel is overtuigd dat Piet achter de uitzetting zat en samenwerkte met de bezetters.

De verbouwing waar Piet aan refereerde was voor cafetaria Noba. Dat opa midden in de oorlog een cafetaria kon openen vond ik eerder al vreemd. Bij navraag in de familie bleek dat het aanbod vooral bestond uit eierkoeken en wat groentesoep waarvoor de ingedienten ook tijdens de oorlog geen tekort aan was. Voor de verbouwing was het een van de winkels van de slagerij, “Centrale vleeschhal”.

cafetaria noba opening 26 augustus 1943

Getuigenverhoor – 23 Juli 1945

G. van der B. tegen Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Geboren te Standdaarbuiten, 1 dec. 1902
Van beroep slager
Wonende te ’s Hertogenbosch

De getuige verklaart als volgt:
(Samengevat) van der B. moest van de bezetters een huis vorderen. Hij heeft de bewoners geholpen aan een nieuwe huis. In het huis was Gasselstraat 1, pension “M.”. Getuige verklaart dat Dhr Nouwens niets te maken heeft met de ontruimingskwestie.

Adviesrapport

Rapport van den Commissaris J.J.H. van der Brug
Inzake 
P.A.J. Nouwens, slager, wonende te ’s-Hertogenbosch

Door mij werden de beschuldigde en drie getuigen gehoord. Door de verklaring der drie getuigen is niet bewezen, hetgeen in het aangifte formulier wordt tenlastegelgd.
Etc.
Mijns inziens kan deze zaak worden geseponeerd.

Besluit tot seponeren van een aangifte

Het tribunaal voor het arrondissement ’s-Hertogenbosch, kamer, in de raadkamer vergaderende en kennis genomen hebbende van de procestukken betrekking hebben op de beschuldigde:
Petrus Adrianus Josephus Nouwens
Van Beroep: slager
Wonende te: ’s Hertogenbosch

BESLUIT
De aangifte tegen de voorgenoemde beschuldige te seponeren, daar deze ongegrond bevonden is, omdat niet blijkt van eene gedraging van de(n) beschuldigde, welke de opleggging van een bijzondere maatregel zou wettigen.
Aldus genomen op 1 Augustus 1945

Ondertekend Mr Nollen, B.Luijten,, en A Valssen

Conclusie

Na het horen van de beschuldigde en drie getuigen oordeelde men dat de aantijgingen ongegrond waren, en dat er geen sprake was van gedragingen die een bijzondere maatregel zouden rechtvaardigen. De getuigenverklaringen ondersteunden de beschuldigingen niet, en ook de onderzoekende commissaris adviseerde tot seponering.

Het zijn beschuldigingen die ons nu, ruim tachtig jaar later, bijna onwerkelijk voorkomen. Toch waren zij in 1945 alledaags. Na de bevrijding ontstond in heel Nederland een breed gedragen behoefte aan rekening en verantwoording. De zogeheten bijzondere rechtspleging werd in het leven geroepen om collaboratie, landverraad en hulp aan de bezetter te berechten. Naast de bijzondere gerechtshoven, die de zwaardere zaken behandelden, werden er tribunalen ingesteld voor de lichtere gevallen. Deze tribunalen konden bijzondere maatregelen opleggen, zoals internering, ontzetting uit beroep of verlies van het kiesrecht, zonder dat sprake hoefde te zijn van een strafbaar feit in de klassieke zin.

De omvang van deze operatie was enorm. Naar schatting werden zo’n 150.000 personen gearresteerd, en deden de tribunalen uiteindelijk ongeveer 50.000 uitspraken. Het tribunaal te ‘s-Hertogenbosch hield zijn eerste officiële zitting op 26 juli 1945, geopend door de in de familie goed bekende mr. Henry Holla. Het dossier D 1121 dateert van precies diezelfde dagen, en plaatst zijn zaak dus middenin de allereerste fase van de naoorlogse berechting.

Eerste zitting Tribunaal Bijzondere Rechtspraak te Den Bosch. De beschuldigde staat voor de rechtbankpresident.
Bron: http://hdl.handle.net/10648/af22b570-d0b4-102d-bcf8-003048976d84

In die context moet de aangifte tegen opa worden begrepen. De grens tussen overleven en meebewegen met de bezetter was tijdens de oorlog vaak diffuus, en in de naoorlogse afrekening werden oude rekeningen, jaloezie, en buurtruzies soms vermengd met oprechte verontwaardiging. Een aangifte was snel gedaan, en niet zelden gevoed door meer dan louter feiten.

Wat overblijft is een dossier dat ons een beeld geeft over een tijd die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen. Een tijd waarin een gemeenschap, gehavend door vijf jaar bezetting, zocht naar recht en herstel, en waarin de levens van gewone mensen, een slager, zijn buren, zijn personeel, plotseling onder het vergrootglas van argwaan kwamen te liggen. Dat mijn opa na onderzoek werd vrijgesteld van verdere vervolging, zegt iets over zijn zaak. Dat de aangifte er überhaupt kwam, zegt evenveel over de tijd waarin zij werd gedaan.

Bronnen

Netwerk Oorlogsbronnen (oorlogsbronnen.nl), Tribunaal ‘s-Hertogenbosch;
Wikipedia, “Bijzondere rechtspleging“;
Historiek.net, “Bijzondere rechtspleging 1944-1952“.

Hubertus Cornelis Johannes Nouwens – een twijfelachtige carrière

Tja, trots kunnen we niet zijn op deze verre neef.

Hubertus is de zoon van Dingeman Cornelis Nouwens (Klundert 1870), en Maria Josepha Jacobs (Ginneken en Bavel 1872). Dingeman en Maria trouwen op 25 november 1896 in Zundert.
Dingeman is net als zijn jongere broer Cees (onze overgrootvader) een actieve ondernemer. Hij is koperslager, loodgieter, handelsreiziger, winkelier. Ook is hij in de voetsporen van zijn jongste broer Johannes (de priester) actief in de organisatie van de middenstand.

Dingeman en Maria krijgen 13 kinderen, Hubertus is nummer 5, geboren op 8 september 1900 in ‘s-Hertogenbosch. Hij is koperslager en later electricien maar heeft ook nog een andere cariére.

In 2016 schreef ik al eerder over Hubertus, daar iets meer over zijn familie.

Het eerste schriftelijke bewijs wat we van hem vinden is een vermelding in het inschrijvingsregister voorlopig aangehoudenen van ‘s-Hertogenbosch.
Op 10 maart 1917 wordt hij gearresteerd voor diefstal. 5 april 1917 vertrekt hij in vrijheid.

Heel erg is de misdaad niet, zeker niet volgens huidige maatstaven.

1917 Bron: BHIC https://proxy.archieven.nl/235/D82BED58E8B14B22946974EDD349F5D6

Hubertus wordt erkend als een minderjarige. Het oordeel is een terbeschikkingstelling, zonder verdere straf.

In 1917 is hij 1,62 lang, blond haar, oogen grijs, mond en neus gewoon, kin rond, geen baard. Een ovaal aangezicht, kleur bleek, spreekt Nederlands.


1917 Bron: https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/69361025

Opnieuw opgepakt naar aanleiding van een diefstal op 25 februari 1918. Hij is 4 centimeter langer geworden. Dit keer een handtekening met al zijn initialen en opnieuw een ter beschikking gesteld van de regering aan zijn broek.

1918 Bron: https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/69016908

Vervolgens in het bevolkingsregister in Doetinchem, register 58, Rijks Opvoedings Gesticht (ROG).
22 augustus 1919 komt hij daar aan. Zijn vorige woonplaats is het Rijks Opvoedings Gesticht in Alkmaar. Hij vertrekt op 17 juli 1920 weer richting Breda.
Even later in Helmond, maar die scan is vanwege wettelijke beperkingen nog niet openbaar.

1919 Bron: https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/95442057

In 1922 is het weer mis, een diefstal met braak door twee verenigde personen. Uit het register blijkt:

20 mei 1922, hechtenis verlengd met 6 dagen
24 mei 1922, verleent rechtsingang met last tot uitstel van gevangenisneming
23 juni 1922, verlengd met 30 dagen
18 juli 1922, verlengd met 30 dagen.
18 aug 1922, verlengd met 30 dagen
5 sept 1922, verwijst de zaak naar de terechtzitting met bevel van gevangenishouding.
31 okt 1922, bevel van den officier van justitie te Breda wegens aangetekend hooger beroep
31 okt 1922, naar Huis van bewaring te ‘s-Hertogenbosch.
23 dec 1922, naar de strafgevangenis te Utrecht.

1922 Bron: https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/68990948

zijn lengte is nu 1,74 meter. Hij blijft groeien!

1922

Wat heeft hij misdaan? Uit het strafdossier blijkt dat Hubertus en zijn kompaan Albert van Esch in de nacht van 4 op 5 mei 1922 in Ossendrecht een diefstal hebben gepleegd.
Hubertus heeft met een ijzeren staaf een ruitje ingetikt bij de woning van den pastoor Wijtvliet. Vervolgens heeft hij de deur opengedaan voor Albert. Ze hebben 300 gulden weggenomen die aan de RK kerk toebehoorden, 80 gulden van de pastoor zelf. En als klapstuk: twee fietsen van de kapelaans.

Plaats delict: https://goo.gl/maps/Jov8G5J36X6fiDN47

Het dossier beschrijft met 29 pagina’s de getuigenissen van 12 getuigen, bevat vele extra correspondentie over het dagen van de getuigen, de advocaat die twee getuigen a decharge aandraagt etc.

Hubertus verklaart naar aanleiding van de getuigenissen dat Albert hem bedreigd had met “Als je het niet doet, steek ik je kapot”, dat Albert het ruitje had ingeslagen. Ja, hij was naar binnen geklommen en hij had de deur opengedaan maar het geldkistje had hij niet gepakt maar aangewezen. Het hoekkastje kende hij omdat hij eerder bij de pastoor was geweest, en toen geld uit dat zelfde kastje had gekregen.

Ja de fiets had hij weggenomen om ermee weg te rijden. Albert had hem 60 gulden gegeven. De fiets heeft hij verderop achtergelaten.

Albert beweert 75 gulden aan Hubertus te hebben gegeven, de rest á 215 gulden heeft hij opgemaakt. Over de bedreiging beweert hij gezegd te hebben: “Als je me verraad of met erin laat lopen, steek ik je kapot”. Hij was nog nooit eerder in Ossendrecht geweest.

Beide dieven worden veroordeeld voor vier jaar gevangenisstraf. Albert heeft nog het laatste woord: “Ik heb de geëiste straf van vijf jaar best verdiend.”

In het dossier ook een verzoek aan een arts ter onderzoek: “of verdachte lijdend is aan gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing zijnen verstandelijke vermogen; of een ander het geval is geweest op 26 april 1922. Zo ja, welken invloed deze afwijking heeft gehad bij het plegen van het ten laste gelegde feit. Of opneming in een krankzinnigen gesticht noodig of gewenscht is.” In het dossier is geen uitslag gevonden.

Hubertus gaat na de eerste veroordeling in hoger beroep. Als hij dit zelf geschreven heeft lijkt hij niet zwakzinnig…

1922 Bron: BHIC https://proxy.archieven.nl/235/34CC238821354AED8A785CD8920B862B

Albert van Esch heeft al een hele reeks arrestaties en veroordelingen achter zijn naam. Hij is geboren in Sterkrade (vlak boven Oberhausen in Duitsland), zwerft, pleegt diefstallen, gebruikt een valse naam etc. Geen fortuinlijk figuur. Hij wordt in 1927 nogmaals veroordeeld voor diefstal met inbraak. Hij overlijdt op 20 februari 1951 in Eindhoven.

In 1923 alweer een verhuizing, nu naar de Pompstationweg 28 in den Haag.

Pompstationweg Bron: Google streetview


Tijdens de tweede wereldoorlog was hier de Polizeigefängnis, het “Oranjehotel”. Tegenwoordig bekend als Penitentiaire Inrichting Haaglanden: Locatie Scheveningen Zuid/oost, een plek waar verdachten en veroordeelden als Milošević, Karadžić en Mladić zaten en voor altijd zitten.
Zo zwaar waren de veroordelingen van onze achterneef niet. Van 1919 tot 1940 diende de cellenbarak van de Scheveningse gevangenis als huis van bewaring voor kleine criminelen.

1923 Bron: https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/107267235

Op 24 september 1924 weer een begeleide verhuizing naar Helmond.

1925 Bron: https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/5627375

Vanaf zijn 17de tot zijn 24ste is bij drie keer veroordeeld. Hij heeft gewoond in meerdere opvoedingsgestichten en gevangen gezeten. In 1922 is hij ongehuwd.

Hij woont in Helmond maar zijn overlijden wordt geregistreerd in Breda,. Hubertus overlijdt daar, waarschijnlijk in de gevangenis, op 24 februari 1925. Hij is dan pas 24 jaar. Bij het overlijden zijn geen bijzonderheden geregistreerd.

Hubertus’ ouders worden beide 80 jaar, ze overlijden in 1952 en 1953.

Gedenkboek 50 jaar cliche- en stempelfabriek Verhees

gedenkboek in 1931 uitgegeven ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan der N.V. cliché- en stempelfabriek A.C. Verhees ‘s-Hertogenbosch. Vuchterstraat 120, telefoon 809.

Met dank aan Harry Verhees.

Nouwens in de lintjesregen

Ook in 2022 was het weer een lintjesregen, dit keer opnieuw een Nouwens die werd gehuldigd!

Phily Goosen-Nouwens – Orde van Oranje-Nassau, Lid (2022)

Zij was jarenlang als vrijwilliger op bestuurlijk gebied actief in het onderwijs, kerkelijk leven en de cultuur. Zo zette ze zich in voor de Mgr. Bekkersschool, de Parochie Annakerk West en voor de Oeteldonksche Club. Daar was ze via een groot aantal commissies vooral bezig met de jeugd. Ook was ze bestuurslid van Stichting October 1944. Daar speelde ze een belangrijke rol bij de 60e, 65e en 70e viering van de bevrijding van de stad.


Maar wie zijn er eerder aan de beurt geweest?

Lees verder Nouwens in de lintjesregen

Don Giuseppe Nouwens

Dat Pasen een serieuze zaak is, ook op 1 april 1904, blijkt uit een aankondiging van de mogelijkheid voor Italiaanse arbeiders in de stad Nijmegen. De Gelderlander schrijft op die dag:

Wie is Don Giuseppe Nouwens? Dat raadsel was snel opgelost. Wie is er priester en spreekt Italiaans? Giuseppe is het Italiaans voor Joseph. Het moet onze Dr J. Nouwens zijn.

Johannes Petrus Nouwens “Josephus” in 1908

Trix & Naus

In de Nederlandsche staatscourant van 24-04-1869 wordt melding gemaakt van een samenwerking tussen de heren Martinus Trix en Johannes Nouwens. Aan het eind van hetzelfde jaar staat er in de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 14-12-1869.

Beide berichten maken melding van het oprichten van een vennootschap. De ene keer onder de naam Trix & Nous, dan later Trix & Naus.

Nederlandsche staatscourant van 24-04-1869

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 14-12-1869

Bij akte van den eersten Januarij 1869, is door de ondergeteekenden MARTINUS TRIX en JOH. NOUWENS, Fabrikanten , beiden te Uden woonachtig, onder de firma TRIX & NAUS, voor onbepaalden tijd, eene Vennootschap aangegaan, waarvan de zetel is gevestigd te Uden , en die ten doel heeft het koopen, verkoopen en fabriceren van Linnen en Katoenen Goederen. Beide Vennooten zijn gelijkelijk geregtigd, onder firma te teekenen en alzoo de Vennootschap aan derden te verbinden; tot het opnemen van gelden, het koopen, verkoopen of bezwaren van onroerende goederen wordt de onderteekening van beide Vennooten vereischt. Geschiedende deze aankondiging ter voldoening aan het bepaalde bij art. 28 Wetboek van Koophandel.
Uden, 4 Mei 1869.
M. TRIX. J. NOUWENS.

Lees verder Trix & Naus

Koop van twee winkelpanden aan de Bossche markt in 1918.

Via de website van erfgoed ’s Hertogenbosch vond ik ook de koopakte van twee winkelhuizen met afzonderlijke bovenwoningen aan de Groote Markt. sectie H, nummer 4978. De verkoper was de (voormalig) slager Gerardus Litjens. Hij kocht het pand in december 1898.

Kosten op 2 september 1918: 35.000 gulden. Vergelijkbaar met ongeveer € 250.000 in 2020.

transport van 2 september 1918 – Sectie H, Nummer 4978 – later Markt 65

Lees verder Koop van twee winkelpanden aan de Bossche markt in 1918.

Oprichting Naamlooze Vennootschap Nationale Slachtvee – Verzekeringsmaatschappij

Een nieuwe ontdekking in het archief naar aanleiding van de publicatie van de notariële archiefstukken uit de periode 1916-1925.

Naam archief:Notarieel Archief ‘s-Hertogenbosch
Toegangsnummer:0072
Datum:22/4/1917
Inventarisnummer akte:0399
Aktenummer:0115
Notaris:M.H.J.W. Eycken
Rechtshandeling:oprichting
Korte samenvatting:der naamlooze vennootschap Naamlooze Vennootschap Nationale Slachtvee – Verzekeringsmaatschappij gevestigd te ‘s-Hertogenbosch door Cornelis Johannes Nouwens en cons. aldaar.

Oprichters:
1. Cornelis Johannes Nouwens, koopman. (wordt aangewezen als directeur)
2. Meester Judocus Antonius Swane, advocaat v. Procureur
3. Martinus Verberk, directeur ener Bank
4. Cornelis Johannes van der Put, koop,an, allen wonende te ’s Hertogenbosch.

Lees verder Oprichting Naamlooze Vennootschap Nationale Slachtvee – Verzekeringsmaatschappij

Het marktcomité in de diligence

In het archief vond ik twee foto’s van Cornelis Nouwens:
6 juli 1935, viering 750-jarig bestaan van de stad. Het marktcomité in de diligence voor café-restaurant “Lohengrin”. Voorop Frits van de Ven, Chr. Smits, C. Eickholt. Dan Jan Rademaker, W. Mulders, C. Nouwens en achter M. van de Bruggen, W. Hopmansen en A. Schouten. In het rijtuig zaten de heren C. Verhagen en C. Gips (van Firma Vos).

Fotopersbureau Het Zuiden – 6 juli 1935

Fotopersbureau Het Zuiden – 6 juli 1935
Cornelis Nouwens 6 juli 1935

Van Verkeersdrukte in Rotterdam tot Luitenant-Kolonel in Indonesië

Zo bladerend door de krantenarchieven kwam ik op een aantal verwijzingen naar een luguber incident in Rotterdam. Het eerste bericht stond in een krant in Leeuwarden.

Leeuwarder Courant 4 aug 1900

Even later in het Rotterdamsch nieuwsblad het berichten van overlijden van A.L. Nouwens van 16 maanden.

Rotterdamsch nieuwsblad 6 aug 1900

Adrianus Laurentius Nouwens is op 15 mrt 1899 in Rotterdam geboren. Hij is de zoon van Johannes Christianus Nouwens (Rotterdam 1876 – ?) en Maria van Rij (Nieuw Hellevoet 1877- Zeist 1956). Ze zijn afstammelingen van Adriaen Jan Nouwens en Maria Sprangers (getrouwd 1699 in Waspik) en komen dus uit de tak van Loon op Zand.

Voor de specialisten: de kleine Adrianus is mijn zesde neef in de tweede graad.

Lees verder Van Verkeersdrukte in Rotterdam tot Luitenant-Kolonel in Indonesië