Arolsen Archives

Eind mei is er nieuws over de Arolsen Archives, ze hebben 13 miljoen documenten gedigitaliseerd. “The Arolsen Archives are the world’s most comprehensive archive on National Socialist persecution. The documents were collected to help clarify the fates of the victims of persecution. They contain information on victims of the Holocaust and concentration camp prisoners, on foreign forced laborers and on the survivors who were trying to rebuild their lives as displaced persons.”
Niet een leuk onderwerp. Toch maar eens een zoekopdracht gegeven en de resultaten bestudeerd. Zes antwoorden waarvan twee paar verwijzen naar dezelfde persoon. Drie van de vier mannen overleven de oorlog.

Petrus Joannes Antonius (Pierre) Nouwens is in Tilburg geboren op 12 december 1916.
Pierre is de zoon van Ludovicus Nouwens (1877-1952) en Antonetta Maria Wouterina Hamers (1880-1956). Ludovicus is paardenslager in Tiburg, ook zijn zoon Pierre is slager.
Hij komt aan in Dachau op 26-05-1944 en wordt daar bevrijd op 29-04-1945.

Pierre overlijdt 21 september 1964 in Anderlecht, hij is dan 47.


Andreas Adrianus Antonius (André) Nouwens is in Hooge en Lage Zwaluwe geboren op 19 augustus 1912.
André is de zoon van Dingeman Nouwens (1865-1934) en Lucia Wilhelmina Daniels (1873-1940).
Op 21 jan 1944 werdt hij op transport gezet via Amersfoort naar Saarbrücken, naar (kamp of firma) GAA Westmark.
In 1943 trouwt André in Oudenbosch met Adriana Maria Helena Onrust, geboren 1913 in Oudenbosch. Ze krijgen tussen 1944 en 1954 acht kinderen.

n. vertrokken, is dat “niet vertrokken”?

Cornelis Adrianus Nouwens is in Rotterdam geboren op 23 mei 1906.
Cornelis is de zoon van Cornelis Adrianus Nouwens (1881-1970) en Cato Groene (1882-?) Tijdens het huwelijk op 6 juni 1906 van Cornelis en Cato wordt de kleine Cornelis erkend, hij is geboren als Groene, toen het derde kind in dit gezin. Hij wordt genoemd als loopjongen, verhuizer en transportarbeider.
Cornelis (de zoon) trouwt in Rotterdam op 23 sept 1936 met Wilhelmina Sieber (29-8-1908).
Hij wordt op 18 april 1944 gearresteerd door de Haagse veiligheidspolitie. Hij werd gedeporteerd van het politie-doorgangskamp Amersfoort naar het concentratiekamp Buchenwald. Op zijn kaart staat naar Rheine, naar (kamp of firma) GAA Westf.Nord AA Rheine, Luftwaffenplatz Rheine. De reden van detentie is: “Politiek, actie Rückfluter”. Cornelis was door de nazi’s tot dwangarbeid gedwongen en had dit ontkend of was gevlucht.
Uit zijn periode in Buchenwald zijn heel wat documenten overgebleven. Cornelis wordt met pijn op de borst en hoge koorts opgenomen op 1 juni 1944 in het ziekenhuis en krijgt als diagnose longontsteking, geen TBC. Na 20 dagen wordt hij ontslagen. Volgens de registratiekaarten heeft hij één kind, is getrouwd maar later ook niet meer. Zijn beroep is bakker. Hij wordt ontslagen uit Buchenwald op 13 december 1944 en gaat dan naar Secünderbahn, Bachstein-Weimar. Zijn goederen, waar onder een hoed, een paar schoenen, vijf hemden etcetera is “durch feindeinwerkung vernichtet” of vernietigd door vijandige interventie.


Jan Johannes Nouwens is in Dinther geboren op 12 mei 1906.
Jan is de zoon van Johannes Nouwens (1865-1944) en Petronella van Hal (1874-1953). Vader Jan woonde met zijn gezin in de Schoolstraat waar hij zijn geld verdiende met handel in kleinvee en het uitventen met paard en kar van huishoudelijke artikelen. Hij was voor de duvel niet bang maar dat is hem toch noodlottig geworden. Hij is door een granaatscherf dodelijk getroffen op 26-09-1944.
Zoon Jan komt aan in Amersfoort op 26 oktober 1942. Hij vertrekt op 18 maart 1943 naar Maastricht.
Jan is in 1927 getrouwd met Antonia Maria Huismans (1908-1982). Hij overlijdt, 49 jaar oud op 20 maart 1956 in Oss.


Nouens en toch Nouwens

typisch weer zo’n gevalletje van nooit naar gezocht: de familienaam Nouens. Je zou toch zeggen dat dit verwant is aan de familienaam Nouwens? De naam komt nog niet zo lang voor, de oudste (daarvoor voornamelijk echte schrijffouten) lijken rond 1800 te ontstaan. Niet zo gek want in die tijd wordt de burgerlijke stand ingevoerd, gebaseerd op Napoleons Franse voorbeeld. De voertaal is in die eerste jaren ook Frans en dan ligt de verbastering naar Nouen voor de hand.

Volgens de website cbgfamilienamen.nl zijn er in 2007 24 Nouens in Nederland. De meesten lijken rond Rotterdam te wonen.

De gezamenlijke voorvader van de Nouens familie lijkt Cornelis Elizabethsz Nouens te zijn. Hij is geboren in 1853 in Oosterhout. Maar waarom is deze jongen vernoemd naar zijn moeder? Dat is niet zo gebruikelijk.
Zijn moeder is Elizabeth Nouens, en ja hoor, zijn vader is onbekend. Cornelis is onecht, of zoals we behoren te schrijven: buiten de echt, buiten het huwelijk geboren.

Elisabeth Nouwens (Nouens) is geboren op 19 maart 1822 in Gilze en Rijen en overleden op 27 februari 1892 in Vught. Ze is dienstmeid en krijgt twee kinderen. Van beide jongens is de vader niet bekend (of geregistreerd).

1 Cornelis Nouens is geboren op 12 okt. 1851 in Oosterhout en overleden op 20 okt. 1851 in Oosterhout.
2 Cornelis Elizabethsz Nouens is geboren op 1 jun. 1853 in Oosterhout en overleden op 27 feb. 1911 in Delft.
Cornelis Nouens geboren op 12 okt. 1851
Cornelis Elizabethsz Nouens is geboren op 1 jun. 1853
Moeder en zoon in Oosterhout.

Cornelis Elizabethsz Nouens is schoenmaker. Hij huwde Geertruida Maria Duffels op 25 okt. 1882 in Delft. Geertruida Maria, dochter van Petrus Cornelis Johannes Duffels en Jacoba Cornelia Peterse, is geboren op 23 maart 1855 in Delft.

huwelijk Cornelis Nouens en Geertrui Maria Duffels – Delft 25 oktober 1882

Kinderen van Cornelis Elizabethsz Nouens en Geertruida Maria Duffels:

aCornelis Johannes Maximiliaan Nouens is geboren op 14 aug. 1883 in Delft en overleden op 2 mrt. 1936.  Hij huwde Wilhelmina Frederika de Raad op 5 september 1906 in Delft. Wilhelmina Frederika is geboren op 21 jan. 1885 in Delft.

Hun kinderen:
i. Cornelis Nouens is geboren op 22 mrt. 1907 in Delft.
ii.Wilhelmina Frederika Nouens is geboren op 28 mei 1909 in Delft.
iii.Jacobus Cornelis Maximiliaan Nouens is geboren op 17 dec. 1911 in Delft en overleden op 3 jun. 1930 in Delft.
iv.Johan Cornelis Nouens is geboren in 1914 in Delft en overleden op 9 nov. 1915 in Delft.
v.Johan Cornelis Nouens is geboren op 17 dec. 1916 in Delft.
bJacoba Cornelia Nouens is geboren op 16 aug. 1885 in Delft.
c Elisabeth Maria Nouens is geboren op 21 mei 1887 in Delft en overleden op 5 jul. 1965 in Delft.  Zij huwde Theodorus van der Heijden op 9 jul. 1913 in Delft. Theodorus, zoon van Jacobus Johannes van der Heijden en Maria Catharina Johanna de Heij, is geboren in 1887 in Delft.

Hun kind(eren):
i. Jacobus Johannes van der Heijden is geboren op 16 feb. 1916 in Delft en overleden op 23 jul. 1992 in Delft.
d Christina Adriana Nouens is geboren op 15 dec. 1888 in Delft en overleden op een onbekende datum.  Zij huwde Hendricus Hermanus Anthonius van Velzen op 20 sep. 1911 in Delft. Hendricus Hermanus Anthonius, zoon van Wilhelmus Hermanus van Velzen en Maria Mergler, is geboren in 1888 in Delft.
 
Hun kind(eren):
i. Wilhelmus Hermanus van Velzen is geboren op 8 apr. 1912 in Delft en overleden op 11 apr. 1995 in Delft.
ePetrus Cornelis Johannes Nouens is geboren op 21 jul. 1891 in Delft en overleden op 4 jan. 1958 in Eindhoven.  Hij huwde 1ste Mina Maria Hendriksdr Kila op 6 sep. 1912 in Delft. Mina Maria Hendriksdr, dochter van Hendrik Kila en Maria Pronk, is geboren op 3 mei 1895 in Delft en overleden op 29 jul. 1915 in Delft.
Hij huwde 2de Albertina van Ham op 21 feb. 1917 in ‘s-Gravenhage. Albertina, dochter van Joannes Nicolaas van Ham en Gerritje Lichtevoort, is geboren op 16 jul. 1897 in ‘s-Gravenhage.

Hun kinderen :
i. Hendrik Nouens is geboren op 13 mei 1912 in Delft. (Sigarenmaker)
ii.Cornelis Nouens is geboren op 22 jul. 1913 in Delft. (Sigarenmaker. militair, politie)
iii.Maria Geertrui Nouens is geboren op 23 nov. 1914 in Delft.
fGeertruida Maria Nouens is geboren op 8 apr. 1893 in Delft en overleden op 27 dec. 1894.
gGeertruida Maria Nouens is geboren op 11 feb. 1895 in Delft.
h Henricus Arnoldus Nouens is geboren op 3 jun. 1898 in Delft.  Hij huwde Elisabeth Post. Elisabeth is geboren op 10 sep. 1901 in Delft en overleden op 21 sep. 1978 in Delft.

Hun kind(eren):
i.Henricus Arnoldus Nouens is geboren op 4 okt. 1930 in Delft en overleden op 19 jul. 1997 in Delft.
Op 16 juni 1988 (een maand nadat ik me inschreef bij de TU Delft) krijgt Henricus een onderscheiding in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn werk als redacteur van de Delftse Courant.

Elizabeth overlijdt op 27 februari 1892 in Vught. Dan weten ze niet meer wie haar ouders zijn.

En dat klopt maar voor de helft… Net als zij zelf twee zoons krijgt waarvan de vader onbekend is, is zij zelf ook buiten de echt geboren. Ook haar vader is onbekend. Haar moeder is

Anna Nouwens is geboren in 1793 in Tilburg en overleden op 13 apr. 1847 in Gilze en Rijen. Ze is arbeidster. Ze is de dochter van
Cornelius Nouwens, geboren op 19 april 1764 in Tilburg Hasselt en overleden op 14 januari 1837 in Gilze en Rijen en
Jacoba Maria Meulensteen (Molensteen), geboren op 12 januari 1755 in ‘s-Hertogenbosch en overleden op 8 oktober 1801 in Tilburg.

Daarmee is de aansluiting gevonden met de Nouwens familienaam uit het westen van Noord-Brabant.
Arnoldus Nouwens, gedoopt op 5 december 1726 in Loon op Zand en overleden op een onbekende datum. Hij huwde Adriana Lips op 23 april 1752 in Tilburg.
-> Reijnerus (Reinier) Theodorus Nouwe(ns). Hij huwde Joanna Wauters (Walterus) van Laerhove op 1 mei 1717 in Loon op Zand.
-> Hendrick (Henricus) Reijner ‘den Ouwe’ Nauwens, geboren op 10 okt. 1655 in Loon op Zand en overleden in 1709. Hij huwde Petronella Willemsen Hamers op 11 feb. 1703 in Loon op Zand.
-> Reijnier (Regnerus Theodorus) Dirck Aert Nauwen, geboren Omstreeks 1610 en overleden Tussen 1649 en dec. 1655. Hij huwde Jasparientje (Gasparina) Theodorusdr van Grevenbroeck in 1640.
-> Theodoricus Arnoldus  (Dirck Aert Dierck) Nauwen, geboren Omstreeks 1580 in Tilburg en overleden Voor 19 sep. 1657. Hij huwde Elizabeth Reijnerius Gijsberts (Lijsken) Heesters op 12 feb. 1608 in Oisterwijk.
-> Aernt Dircks (Ardt Dijrcks) Nauwen is geboren Omstreeks 1560 en overleden op 21 jul. 1604 in Oisterwijk. Hij huwde Jenneken Joost Goijaert Smulders.
-> Dierck Jan (Dircx) Nauwen (Piggen) overleden op 16 feb. 1607. Hij huwde N.N..
-> Jan Jan Nauwen, geboren Omstreeks 1500 en overleden Na 1554 in Oisterwijk. Hij huwde Jenneken Claes Piggen voor 1523 in Oisterwijk. (dit is de aansluiting met mijn stamreeks)
Jan Nouwen is geboren Omstreeks 1450

Conclusie:
ja, de huidige familienaam Nouens is een verbastering van Nouwens. Twee generaties moeders zonder bekende vaders hebben de naam overgedragen.

Een Onderhoud met Dr. Nouwens – 1910

Een uurtje in den trein, dan nog een flink uur in de tram en men is, van Utrecht komende, te Heeswijk en in de Abdij van Berne, …. Een aardig tochtje, al het vroolijk weer is en een nog koesterend herfstzonnetje het landschap verheldert en de mooie tinten gloeien doet. Het vervoermiddel tusschen Brabants hoofdstad en Helmond is wel niet in alle opzichten up to date en het schommelen der wagens niet altijd even aangenaam; — maar de weg is mooi, terwijl de medereizigers onderhoudend en spraakzaam zijn. Een aangename streek, een gemoedelijke bevolking — wat kan men meer verlangen, om in een goede stemming te komen. En wanneer dan het doel van den tocht een bezoek aan de abdij, en meer in ’t bizonder een interview met dr. Nouwens is, geniet men dubbel van het schilderachtige der omgeving, van de rijke kleurschakeering in het gebladert der eiken, waar de zon haar dwarse stralen doorheenschiet.

Ik had dr. Nouwens in geen anderhalf jaar gezien. Hij leek me forscher geworden, ondanks de langdurige ziekte, waarvan hij nog altijd de nawerking ondervindt. Misschien ook dat het gewaad der Norbertijnen breeder maakt. In elk geval was hij een en al opgewektheid en behoefde ik mij geen oogenblik met bezorgheid af te vragen, of zijn veerkracht ook kon geleden hebben onder de jaren van harden arbeid, welke hij de groote pionier voor de middenstands beweging, achter den rug heeft. Zijn gezondheid moge er tijdelijk een duw van hebben gekregen, zijn energie is er door gestaald en tot volle ontwikkeling gekomen.

Nu hij op het punt staat naar Rome te vertrekken als procurator zijner orde, wilde ik dr. Nouwens voor de lezers van dit blad gaarne eens aan ’t woord laten over de katholieke middenslandsbeweging in ons land, haar ontstaan en ontwikkeling tot den dag van heden. Ook over de ervaringen, welke de organisator daarbij had opgedaan. Gaarne was de doctor daartoe bereid, en zoo begonnen wij hij het begin.

»In 1901 —aldus dr. Nouwens —was ik uit Rome teruggekomen, waar ik mijn graad van doctor in de theologie had behaald. Ik had het plan opgevat te werken voor de pers, en dit vooral met het oog op de maatschappelijke vraagstukken. In Rome had ik onder andere de lessen gevolgd van prof. Toniolo over sociologie, en was ik ook al correspondent geweest van de Noordbrabanter. Misschien hebt gij de correspondenties van »Romanus« in dat blad wel eens gelezen. Die waren van mij.

‘Toen ik weer hier was — nog maar een paar maanden na mijn terugkeer — kwam de redacteur van het blad mij vragen een artikeltje to schrijven over coöperatie en dit in verband met de vraag, welke toen bijzonder aan dr orde was gekomen, of en in hoever do coöperatie indruiscbt tegen de belangen van den middenstand. In plaats van één schreef ik toen drie artikelen in de Noordbrabanter en stelde de conclusie, dat de middenstand zich ook moest organiseeren, om aan de coöperatie het hoofd te bieden. Mgr. Van de Ven las de artikelen en wenschte, dat ik nu ook de daad bij het woord zou voegen. Voor den middenstand dient ook iets te worden gedaan, zei de Bisschop, en nu moest ik een plan van organisatie ontwerpen, statuten opmaken en die dan aan de goedkeuring van Monceigneur onderwerpen. Dat was het begin.

»Een medehelper vond ik al aanstonds in den graanhandelaar Frans Manders uit Veghel, die een oproep in de bladen had geplaatst, om kooplieden en neringdoenden aan te sporen, tegen de coöperatie van den Boerenbond gemeene zaak te maken.

Ik stelde mij met hem in verbinding, en om de zaak in ‘t rechte spoor te brengen want aan het juiste inzicht ontbrak nog zoowat alles — werd toen een vergadering in klein comité, van acht personen, belegd in den Bosch. Daar hielden we eenige voorloópige besprekingen en convoceerden toen een grootere bijeenkomst, waarvoor ieder van ons vijf zijner bekenden zou uitnoodigen. De ware weg voor de oprichting eener vereeniging, dunkt mij. De menschen krijgen dan terstond hart voor de zaak en voelen hun verantwoordelijkheld in de keus der uit te noodigen personen,’t ging dan ook best. Er werd nog eens vergaderd en overleg gepleegd, en eenigen tijd daarna, den 2den April 1902, trad ik in den Bosch op voor een bijeenkomst van circa drie honderd personen, waar »De Hanze« in het Bisdom officieel werd opgericht.

»Was toen het juiste inzicht reeds gekomen? «

»Het leek er nog niet veel op. Weet ge, waarom de beweging in den beginne zoo veel bijval vond!?… Omdat men er zoo weinig van begreep! Dit klinkt als een paradox, maar het is do waarheid. Daar waren er, die al spoedig bet goede begrip ervan beet hadden, zooals Van Hout, Marinus van Hout, uit Helmond, die op de stichtingsvergadering als voorzitter gekozen werd! Een kranige kerel en een beste voorzitter. Maar velen, o, zeer velen begrepen het doel niet en dweepten ermee! Men dacht nagenoeg alleen aan bestrijding van den Boerenbond, was negatief, terwijl men positief te werk moest gaan. Enfin, we gingen toch aan ’t werk. We waren jong. hé ? Van Hout 28, ik 20. In verschillende plaatsen van het diocees richtten we afdeelingen op, en ’t liep aanvankelijk van een leien dakje. Er was voor den middenstand nooit iets gedaan, en nu ontpopte zich allerwege belangstelling. Maar de ideeën waren en bleven nog erg vaag. Men dacht blijkbaar nie anders, of al heel gauw zouden nu alle misbruiken zijn uitgeroeid, en…. men zou zelf meer kunnen verdienen. ’t Was een verbazend drukke tijd voor me, want ik kreeg maar voortdurend reglementen en statuten te maken, spreekbeurten te vervullen, brieven en andere vragen om inlichting te beantwoorden, en daarbij had ik mijn werk als professor. ’t Was te veel, en ik heb er een knak door gekregen.«

»Maar het eigenlijk werk moest toch nog komen?«

»Ja, de beweging breidde zich voortdurend uit Ook in het Bisdom Breda en kort daarna in dat van Roermond werden diocesane vereenigingen opgericht. En nu begonnen wij langzaam aan te ijveren voor de groote zaak der middenstands coöperatie. Daar konden velen het recht besef maar niet van krijgen, en toen dat coöperatie idee doordrong kwam er schifting in de Hanze.

Men begreep het niet en men welde er niet van weten. De fout was. dat men niet onderscheidde tusschen middenstands- en arbeiders coöperatie, terwijl men zich, liet ontmoedigen, wanneer men van het vereenigingsleven niet terstond voor zichzelf tastbare resultaten zag. Om kort te gaan, de helft liep er uit. Ook in Breda en Roermond, maar de menschen met het betere inzicht hielden we over.

Ter voorkoming van misverstand spraken we dan, in plaatsen waar dit noodig was en met name in het Bredasche —waar het woord coöperatie nu nòg als een boeman werkt — van: gezamenlijke inkoop, bewerking en verkoop. De wereld vecht nu, eenmaal dikwijls tegen een woord. Het was zóó hoog geloopen, dat op een vergadering in den Bosch een Eindhovenaar voorstelde, zich te verzetten tegen alle coöperatie, geoorloofde en ongeoorloofde! Ik wist toen — het was in 1903 — te bewerken, dat geen enkele motie aangenomen werd; maar ge ziet daaruit, welke opvattingen er bestonden. Intusschen gingen wij voort, propaganda te maken voor de idee. die sindsdien zoo sterk is doorgedrongen en in daden omgezet, dat men gerust kan zeggen: wat er bereikt werd en aan practische resultaten verkregen, hebben wij te danken aan de coöperatie».

»Bijvoorbeeld?«

»Bijvoorbeeld de inkoop coöperatie van de bakkers in Tilburg, welke dit jaar een omzet heeft van een ton. Zo is het behoud geweest voor de bakkers en winkeliers in die stad. Men heeft door haar toedoen kunnen concurreren tegen de grossiers en de coöperatie der arbeiders. Dan is daar de Hanze-bank, een andere vorm van coöperatie, van samenwerking voor alle leden der Hanze op het gebied van crediet. Men gebruikt daarbij nu wel het woord »Bank« maar wat is zij feitelijk andere dan een coöperatieve uiting? Hetzelfde kan worden gezegd van het schuldinvorderings, het incasso bureau aan de Bank verbonden.

Coöperatie alweer, middenstands coöperatie!

Denk verder aan de vereeniging van manufacturiers, die »Samenwerking« heet, en alleen in den Bosch een omzet had van ver over de twee ton in één jaar tijds! Inderdaad, de Hanze heeft aan den middenstand het goede begrip en het groote voordeel van de coöperatie gebracht.

»Een tweede resultaat is geweest: de handelscursussen. Wij begonnen daarmee na de eerste periode, nu vier jaren geleden, en leidden er een nieuw tijdperk mede in. Er was dringend behoefte aan handelsonderwijs, maar hoe het in te richten? subsidie werd gevraagd en verkregen: van de Rijksregeering tot een maximum van 50 pct. der onkosten, van de Staten voor 25 pct. en van de gemeenteraden gemiddeld voor 10 pct. Zoo behoefde het aan de leden zelven bijna niets te kosten en het succes was groot. Die cursussen zijn het behoud der Hanze geweest, ook al omdat zo in zeer ruimen kring sympathie wekten voor do organisatie. We hebben nu in het geheele land niet minder dan zes en dertig van zulke cursussen, meer dan de helft van al degene, welke van de regeering subsidie ontvangen. Ik ben er, jaloersch op, zeide Talma mij eens, gewagende van »Boaz«.

»En het vakonderwijs? «

Juist, dat is de derde groote zaak geweest, welke door de Hanze werd ondernomen, In den beginne dacht men te veel, Dat de Hanze alleen voor handeldrijvenden bestond. Het vakonderwijs, dat door ons toedoen gegeven werd, werkte dit misverstand uit den weg. Te Drunen hebben we voor de schoenmakers een vak-cursus opgericht, dien ik gerust mag zeggen, dat de mooiste is in heel het land. Een model van een cursus, die werkelijk alleen een interview waard zou zijn.

»Dan is er nog veel gedaan voor de Zondagsrust: om to beginnen het sluiten van halve dagen op Zondag, na den middag. En er is propaganda gemaakt voor de Zondagsrust door de verspreiding van biljetten, met het verzoek niet te koopen bij hen, die open blijven met hun zaken als op een gewonen dag, en andere middelen.«

»En de vervroegde winkelsluiting ?«

»Mislukt! Hiervoor is een Rijkswet noodig met aanvulling door gemeentelijke verordeningen. Een algemeen sluitingsuur kan dan door de Staatsoverheid worden vastgesteld, en bij besluit van het gemeentebestuur vervroegd, wanneer de meerderheid der betrokkenen dit verlangt. Zoo voorkomt men, dat die meerderheid wordt gedwarsboomd, of zelfs getyranniseerd door een soms kleine minderheid. «

»De Hanze breidde zich ook naar het Noorden uit. Hoe was daar de ervaring met andersdenkenden?«

»De katholieke actie ontwikkelde zich eerst in het Zuiden, zooals u weet, in de drie zuidelijke bisdommen. Toen men in ’t Noorden terrein trachtte te winnen, liep het in den beginne niet, al bleef men ook in het Bossche diocees: Nijmegen. Men stuitte daar op het vooroordeel der protestanten, terwijl de katholieken even min vrij uit gingen wegens gemis aan tact. Ik zal daarover nu niet in bizonderheden treden, maar de samenwerking, die had moeten worden gezocht, bleef achterwege en er werd een formeele vervolging tegen de afdeeling op touw gezet. Het heette, dat de Hanze geen ander doel had, dan de Roomsche neringdoenden te bevoordeeld, ten koste van niet katholieke middenstanders en de leden — daar waren er een driehonderd — zagen zich op allerlei wijze bemoeilijkt, verdacht gemaakt, in ’t nauw gedreven. Krasse staaltjes zou ik u daar van kunnen vertellen. Het gevolg was dat de afdeling verliep en eindelijk geheel te niet ging.

Dit was een teleurstelling. Nu men in een stad als Nijmegen niet geslaagd was, we komen nooit in het Noorden! Echter bestond er een R.K. burgervereeniging te Utrecht, de Leo-vereeniging, en daarop kon men wijzen als voorbeeld. Dat een middenstandsorganisatie boven den Moerdijk toch wel mogelijk was. Daarbij kwam er ook meer aanraking met niet-katholieken, een contact, dat leidde tot samenwerking. Ik ging er veel op uit; er is bijna geen plaats van beteekenis, waar ik niet over de middenstandsbeweging gesproken heb, dikwijls ook voor niet-katholieken, en voortdurend drong ik daarbij aan op een federatief samengaan met andersdenkenden. Dat denkbeeld ging erin en het voerde tot gelukkige resultaten.

»Het Middenstands congres te Amsterdam in 1903 was daarbij feitelijk het uitgangspunt. Toen ik de uitnoodiging kreeg om te spreken op dat congres, vroeg ik dr. Ariëns om raad. Zou ik gaan ? Zijn advies was, dat ik natuurlijk gaan moest, en het onthaal was inderdaad zoo sympathiek, als ik slechts wenschen kon. In overeenstemming met den heer Meuwsen, dien ik toen aanstond leerde kennen als een man van groote werkkracht en aangenamen omgang, werd op dat congres het stichten van een Nederlandschen Middenstandsbond door mij voorgesteld. Ik kreeg de opdracht, concept statuten te maken en legde daarin terstond neer het federatief karakter van den Bond, die spoedig daarop te Utrecht een feit werd. Alle afdeelingen der Hanze waren bij die stichting vertegenwoordigd en er werd nog eens de nadruk op gelegd, dat de aangesloten vereenigingen haar zelfstandig karakter zouden behouden on de politiek buitengesloten bleef. Een ieders godsdienstige en staatkundige overtuiging moest in den Bond worden geëerbiedigd. Verleden jaar zijn de statuten in Dordt nog eens herzien, maar die hoofdbepalingen werden onveranderd gehandhaafd. «

»Het vlotte sindsdien zeker ook beter met de oprichting van afdeelingen der Hanze in de noordelijke provinciën? «

»Zeker. Door de samenwerking met andersdenkenden kreeg men veel meer vrijheid in het Noorden. Het wantrouwen week. Met Haarlem werd begonnen en Mgr. Galliër gaf een grooten stoot aan de organisatie, door tijdens den Katholiekendag van Delft tot de organiseering van den Middenstand op katholieken grondslag aan te sporen. Er bestaan in het Haarlemsche nu reeds 18 afdeelingen van de Hanze tegen 26 in het diocees ’s Hertogenbosch, terwijl het gezamenlijk aantal leden in eerstgenoemd Bisdom grooter is. Maar dit ligt natuurlijk aan de grootere gemeenten, die het Hollandsche diocees telt.. Lest best volgde toen verleden jaar de diocesane Hanze in het Utrechtsche.

En nu was mijn plan, om de vijf bisdommelijke organisaties te vereenigen tot een landelijke — neen, dat is in dit geval een leelijk woord — tot een nationalefederatie. Ik zal dit echter niet meer kunnen doen, wegens mijn spoedig vertrek, maar de tijd is er rijp voor en de meerderheid der vereenigingen heeft er zich reeds vóór verklaard. Dat komt dus wel in orde. «

»Nog één vraag: heeft uw geestelijke waardigheid u nooit belemmerd in uw streven ? «

»Tegenover andersdenkenden bedoelt u? Neen ! Ik heb juist van nietkatholieken altijd de meeste sympathie ondervonden, en – nu, het moet maar eens gezegd worden —wel eens jaloersche tegenwerking in eigen kring. Toch meen ik steeds principieel te zijn gebleven; hoe ik menigmaal bij mijn opgetreden voor neutrale organisaties, nimmer doezelde ik mijn principe weg, dat ik voor de katholieken organisatie op confessioneelen grondslag door het beginsel geboden achtte. Dit is ook noodig, om met andersgezinden goed te kunnen samenwerken. Wanneer men met beide voeten staat op eigen standpunt kan men anderen zonder wantrouwen en zonder gevaar de hand reiken; men blijft staan waar men slaat. Als men echter maar op één voet staat wordt de zaak anders, dreigt er gevaar. Ook bij niet-katholieken vond deze meening ingang.

»Ja, men keek weleens vreemd op, wanneer ik, een priester, een pater, voor een gemengd of niet Roomsch gehoor het woord kwam voeren over middenstands aangelegenheden, maar nog eens: hinder ondervond ik daarvan nooit. En ik mag zeggen, dat ik onder de niet katholieken veel  vriendschap gevonden heb. Nu ik op het punt ben te vertrekken, ontvang ik van die gezindheid nog de hartelijkste blijken. Dr. Bos schreef mij … nu ja, dat is ook eigenlijk niet om in de krant te zetten,  maar hem en mr. Anema, en mr. Everwijn, den referendaris van Handel, om Meuwsen niet te vergeten, heb ik het voorrecht tot mijne beste vrienden te mogen tellen. Met laatstgenoemde maakte ik, zooals gij weet, twee jaren geleden in opdracht van de regeering een studiereis naar Oostenrijk-Hongarije, waarover wij het u bekende rapport uitbrachten. Eenige jaren vroeger — in 1905 meen ik — was ik met eenzelfde doel in Baden, Prof. Noordtzij had ik toen als reisgezel. En het was wel eigenaardig, dat voor die studiereis ten bate van den Middenstand een katholiek priester en een gereformeerde domine waren uitgezonden door een liberale regeering! Maar om nog even op het rapport van Meuwsen en mij over Oostenrijk-Hongarije terug te komen, zou ik willen zeggen, dat de gegevens, die wij daarin hebben verzameld, zeer de kennismaking waard zijn. De middenstanders moeten dat rapport vooral lezen, dunkt mij. Het is voor twee kwartjes te krijgen aan het Departement van Handel en Nijverheid, en wat wij in de Donau monarchie zagen en konden waarnemen is werkelijk volleering en nut. Een sterk voorbeeld daarover vindt men in Fulpmes bij Innsbruck. Daar hadden de smeden middenstanders het vroeger bepaald arm; zij konden er gewoonweg niet rondkomen, maakten er verdiensten van zes of acht gulden in de week. Toen kwam de regeering te hulp en nu zijn niet alleen de middenstanders in dat vak er bovenop, maar ook de arbeiders, die bij hen in dienst zijn, en tegenwoordig loonen van 15 à 20 gulden per week maken, terwijl de arbeidsvoorwaarden ook onder ander opzicht aanmerkelijk zijn verbeterd!

»U ziet dus geen vijandschap tusschen de beweging van den middenstanden dien der werklieden? «

»Natuurlijk niet! Oostenrijk leert juist dat hoe voorspoediger het den middenstand, door organisatie en onderlinge samenwerking gaat, hoe beter ook de arbeiders het hebben. En al moet de  middenstand op de eerste plaats zich zelf inspannen om tot gunstiger levensconditie te geraken, dat de overheid op practische wijze hulp en steun kan verleenen, blijkt onder andere uit den voorlichtingsdienst, welke onze regeering op het Oostenrijksche voorbeeld heeft ingevoerd, en die met lichtbeelden zeer goed werk verricht Alleen zou ik hier de opmerking willen maken, dat men daarbij niet enkel propaganda mag maken voor neutrale organisaties. Een algemeen propaganda voor de organiseering van den Middenstand moet het doel zijn. «

»Vreest u niet, dat uw vertrek naar Rome aan de beweging, nadeel zal toebrengen en afbreuk doen aan de toekomst der Hanze? «

»Aan die toekomst heb ik nooit gewanhoopt en ik maak mij ook thans geen oogenblik bezorgd, Ja. er komt misschien in den eersten tijd een zekere depressie. Misschien, zeg ik omdat ik feitelijk te veel deed; ik bedoel, dat wat anderen behoorden of behooren te doen, door mij werd verricht.
Mijn propagandistische arbeid zal men in den beginne denkelijk wel missen. En wat men op mij liet aankomen, zal men nu zelf moeten doen en leeren doen. Maar ligt daarin ook eigenlijk niet een voordeel? Mij dunkt van ja. Het is niet goed, dat één man te veel voor zijn rekening krijgt, en ik ben vast overtuigd, dat nu veel meer andere werkers zullen opstaan. Uit de brieven en velerlei vragen om inlichtingen, welke ik den laatsten tijd ontving, kan ik opmaken, dat men zich daarop reeds voorbereidt. Bovendien, de groote lijnen der beweging zijn uitgestippeld; en vergeet vooral niet, dat de Hanze voortreffelijke en getrainde leiders heeft in mannen als Van Hout en anderen. Neen, ik zie de toekomst allerminst donker in. Alleen in Limburg kon het beter gaan; voor de organisatie in dat Bisdom ben ik een beetje bang, maar wellicht dat de federatie der vijf Diocesane Hanze’s daar redding brengt.

»Trouwens, ook al was ik niet naar Rome gegaan, zoo zou ik toch ever eenigen tijd mijn taak hebben neergelegd, althans in den vorm, welken die allengs verkregen heeft. Mijn gezondheid — ge weet, dat ik geruimen tijd ziek ben geweest en de dokter mij verandering van klimaat voorschreef — zou mij ertoe hebben gedwongen. En bovendien vind ik, dat, waar steeds nieuwe ideeën zich baanbreken en de gezichtspunten zich verruimen, voor elke organisatie wisseling en vernieuwing van leiding gewenscht is. Les idees marchent, nietwaar, laat nu anderen eens meer naar voren komen. Als ze maar drie dingen in ’t oog houden : 1o. dat de katholieke grondslag der organisatie als principieel moet worden gehandhaafd; 2o. dat evenzeer dient vastgehouden aan een federatieve samenwerking. De Middenstand, zei ik nog onlangs in Dordrecht, is de brug, welke niet slechts kapitaal en arbeid, maar hier ook Rome en Dordt verbindt. En 3o. dat men geen onderscheid moet maken, maar alle middenstanders, zoowel de klein industrieelen als de neringdoenden en winkeliers moet brengen in één organisatie. Ik kan het niet genoeg herhalen: de organisatie is het heil van den middenstand. Zij brengt de menschen, die dezelfde belangen hebben, tot elkander; zij neemt den argwaan weg, die tot zooveel verwijdering aanleiding geeft; zij voorkomt, dat de concurrentie, welke er zijn mag en zijn moet, ontaardt in vijandschap. Laat ik u nog een voorbeeld geven. In Tilburg ging vroeger een slachter weg als hij in een café een anderen slager zag! Kras, hé? Thans in er geen betere samenwerking, dan juist die tusschen de slagers van Tilburg. Zij hebben gezamenlijk een ijsfabriek, een gezamenlijken huiden- en vet verkoop. Welk een gelukkige verandering nietwaar, nu de oude misverstanden wegvielen? Ja, ik heb wel eens vreemde dingen gehoord, wanneer ik op een vergadering over coöperatie zou spreken. Men stond met knuppels klaar, heette het een keer, om me op te wachten. Nu, ik ben toch maar gegaan, en ik heb geen knuppel gezien, maar het bleek me, dat de lui zich geweldig boos konden maken, omdat ze niet begrepen, dat men door wat minder geheimzinnig en geïsoleerd tegen over elkander te doen, zich zelven konden bevoordelen.

»Het valt u toch zeker wel hard, hier van uw werk afscheid te moeten nemen ?«

»O ja. Ik vind het heerlijk naar Rome te gaan. Rome zien is geboren worden, Rome terugzien is leven, zeide Schaepman eens, en daar te mogen blijven op een duurzamen post, is meer dan dat. Maar toch, het afscheid valt mij zwaar. De Hanze is een stuk van mijn leven geworden. En dan het prikkelende van den arbeid, de relaties, die men krijgt, de vriendschapsbanden, die worden gelegd. In volle vrijheid heb ik altijd mogen werken; mijn geestelijke overheid liet mij die vrijheid steeds en niets kweekt meer arbeidslust en verantwoordelijkheidsgevoel, dan dat. Maar om al deze redenen wordt het afscheid mij nu ook zoo moeilijk en zie ik er zeer tegen op.

»U onttrekt zich toch niet geheel aan de beweging, al gaat u naar Rome en al krijgt u daar een gewichtiger werkkring? «

»Neen, dat wilde ik juist zeggen. Op de eerste plaats hoop ik lid te blijven van het Internationaal instituut voor den Middenstand, al is het de vraag, of ik dit zal blijven voor Nederland. Uit Duitschland kreeg ik brieven en bezoeken, waaruit me, gebleken is, dat men daar van mijn vestiging te Rome verwacht, dat ik er meer zal kunnen doen voor de internationale Katholieke Middenstandsorganisatie. In wat Nederland betreft, het spreekt van zelf, dat ik de beweging hier niet zal kunnen vergeten. Mijn vacantie maanden kom ik in ’t vaderland doorbrengen en een mijner vrienden schreef me al in het vooruitzicht daarop: wat zullen we dan ‘boomen’ over de zaak! Ook blijf ik lid van het Zuidelijk deel der Staats enquêtecommissie voor den Middenstand, waarvan ik thans voorzitter ben. Het werk dier commissie is nu wel zooveel gevorderd, dat het verdere schriftelijk kan geschieden, en vele leden verlangen, dat ik mij daarvan niet terugtrek. Gij ziet dus, dat er nog genoeg banden met het moederland en met de Hanze blijven bestaan. En mijn belangstelling, mijn sympathie zal zij te allen tijde en ondanks allen afstand behouden. Ook hij het orgaan, de voormalige Hanzebode, thans de R.K. Middenstander, zal ik nog wel eens aankloppen voor het een of ander beschouwinkje, en voor ’t overige rest het middel der correspondentie. Maar mijn hoofdtaak is natuurlijk een andere geworden. En dan hoop ik in Rome weer eens tijd te vinden, om iets aan litteratuur te doen, aan litteratuur en kunst, en mijn ziel te laven aan de openbaringen der schoonheid. «

» O, die Romeinsche musea… «

Er gleed een glans van blijheid over dr. Nouwens’ gelaat.

»En toch, en toch. . . ja, toch moet ik mij als losrukken van mijn omgeving, van mijn werkkring hier. Het ideaal wenkt overal ; en is het geen ideaal : de opheffing van een zoo talrijk en nuttig deel der Maatschappij als de Middenstand is? Gij kent de geschiedenis der oude Hanze, nietwaar ? Zij was katholiek van oorsprong, en zij bedoelde, gelijk het in 1358 te Lübeck plechtig werd uitgesproken, de rechten en privilegies der kooplieden te beschermen met eerbiediging van de rechten van den Keizer en de rechten van God. De Hanze van onzen tijd kan, mutatis mutandis, niet anders dan hetzelfde leeren en hetzelfde willen. Zij is katholiek, zij moet katholiek zijn, op straffe van onder te gaan. En zij wil hare rechten en belangen verdedigen, zonder die van anderen te krenken, en vooral zonder daarbij in botsing te komen met de rechten van God. Was er voor de katholieke middenstandsorganisatie wel een beteren naam te vinden, een naam veelzeggender in zijn beknoptheid dan die der historische Hanze?…

Ik moest vertrekken. De avond viel en het najaar zuchtte droef in de duistere boomen en om de donkere huizon,

Les sanglots longs
Des violons
De l’automne….

Het trammetje was nu zeer prozaisch geworden. Maar gezellige kout verkortte den weg, en we waren al aan den Bosch, toen we zeker meenden nog pas een eind onderweg te zijn.

A. v. D.

[transcriptie Hans Nouwens december 2018]

Credietvereeniging “De Hanzebank” te ‘s-Hertogenbosch

Een vergeten hoofdstuk uit de familiegeschiedenis is de relatie van onze bekende heeroom Dr. Johan Nouwens, met de Hanzebank. Een verhaal wat een inkijkje geeft in de middenstand de handelsgeest, relatie met de kerk in het begin van de vorige eeuw rondom onze familie.

Plan en oprichting

Nieuwe Tilburgsche Courant 21-04-1903
De Zuid-Willemsvaart 20-6-1903
Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 1-10-1903
Tilburgsche courant 4-10-1903
Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 5-1-1904
Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 15-1-1904
De Zuid-Willemsvaart 9-11-1904
De Zuid-Willemsvaart 24-12-1904

De bank gaat van start?

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 2-10-1905

Vanaf april zouden de deuren in ‘s-Hertogenbosch worden geopend. Al in 1904 is er sprake van een kantoor (bijbank) in Tilburg. In 1905 wordt geschreven over een bijbank in Osch.

op 13 januari wordt aangekondigd dat C.J.Klijn kassier te Tilburg is geworden.

Soo eenen swans heeft hij…

Soms kom je gewoon een lekker stuk tekst tegen, in dit geval een ruzie met een deurwaarder in een herberg in Veghel.

Bastiaan van de Werck, vorster en herbergier in Veghel is getrouwd met Helena Nouwens. Zij doet mee met de verklaring, een attestatie op 17 maart 1728.

(Onder de pagina’s staat de transcriptie)

Voor schepenen in Veghel verschenen Roovert Jans van den Groenendaal, president, Marten van Doorn, Jan Adriaens Verhoeven en Goort Aert Gooers, mede schepenen, Jacobus van Orten, onder vorster, en Helena Nouwens, vrouw van Bastiaen van de Werk, om op verzoek van Adriaen Doncquers, inwoner van Veghel, een verklaring af te leggen.

De 4 1e deponenten verklaren “dat op sondag de 8en februarij j.l. des voormiddag met seekeren Willem Geenhoven, slants deurwaarder zijnde in de achtercamer van Bastiaan van de Werck, vorster ende herbergier alhier, hij deurwaarder bij sig hebbende een groote lijst waar mede soo hij seijde moet omgaan, haar deponenten naar eenige veragterde posten vragende, waar op hij haar soo veel ligt tot uytvindinge gegeven wiert als mogelijck was. Dat oock onder andere naar een veragtert rentje staande op den naam, soo men meent, van Willem van Boxmeer, vragende: “Waer uijt gaat, oft wie moet dat betalen?” Ende geantwoort wiert: “Dat gaat uyt dit huijs, alwaar wij in sijn, en indien U Edele de eijgenaars wilt spreecken, den eenen is altans hier voor in huijs ende den anderen is Adriaen Doncquers, dien het te samen toecomen.” Hij deurwaarder daar op repliceerde: “Neen, ik heb haar niet noodig. Ik salt goet morgen maar in arrest nemen en voor sijn gat vercoopen.” Daarna zei de deurwaarder: “Ik moet in dit dorp ook eens in de prothocollen comen hoijen, en ik heb nog een pretensie op Nieckens, maar soo ik daar aen te cort come, sal mij het dorp moeten betalen.” Daar naar wiert bij hem deurwaarder weder een ander propoost gemaackt, het materie van mans en vrouwe schamelheijt rakende en andere overmitse en ondeugende praaterije, seggende mede: “Mevrou des Tombes heeft twee mans gehadt, die hadde maar dingskens,” wijsende op sijnen eenen vinger, “soo lanck,” maar nu heeft zij een man,” die hij tegelijk noemde, “die heeft een ding aen sijn gat, soo groot,” vertoonende zijnen arm, “soo eenen swans heeft hij,” en meer dergelijcke ongeoorlooffde woorden, onbetamelijck en buyten ’t respect haarder deponenten, die in haar quaeliteyt daer saaten om op ordre van haar Edel Mogenden soo veel doenelyck aen slants deurwaarder wegens verduijsterde pagten ende renten verpligt zijn instructie te geven. Dese vertellinge haar deponenten ten laatste verveelende, schamende ’t selve langer aen te hooren, zijn vertrocken, laatende hem deurwaarder alnog daar.

Verders verclaart 1e comparant gecomen zijnde int huijs van Lambert van den Boogaert, alwaer den requirant stont. Dat hij tegens den requirant seyde: “Hoe staat gij hier? Den deurwaarder Ginhoven wil u huijs morgen in de arrest nemen en vercoopen.” Dat hij requirant vraagde: “Waar voor?” Hij deponent zeyde: “Voor een rente die ten agteren is.” Den requirant weder repliceerde: “Wel, ik ben noijt aengemaant geweest. Daar over moet ik hem eens gaan spreecken.”

De laatste comparante, Helena, huijsvrou Bastiaen van de Werck, verclaert dat een weijnig teijt naar dat opgemelte deponenten vertrocken waren aen haar huijs is ingecomen den requirant ende desen vraagende naar den deurwaarder Ginhoven, die zij deponente zeijde in de camer te zijn. Den requirant haar deponente versoekende, zeggende: “Weest soo goet en vraagt hem eens off ik hem wel eens mag spreeken,” tgeene de seponente aenstonts ging doen, ende bij hem deurwaarder geantwoort wiert: “Jaa, laat hem binnen coomen,” ende waar op den requirant naar binnen ging. Jacobus van Orten, ondervorster, verclaart dat hij ten dage voors. comende aent huijs van opgemelte Van de Werck, alwaar in de ceuken sag staan den requirant in desen, bloijende aen sijnen hals. Dat de huijsvrouw van hem requirant gaande in de camer, alwaar hij deurwaarder Ginhoven was. Dat hij deurwaarder tegens haar zeyde: “Godt straff me,” “off “God doeijme, gaat uyt de camer, off ik breu u de cop aff, soo gij er niet uyt gaat” treckende met eenen zijnen sabel uijt. De deponent toeschietende en hem Ginhoven in de arme vatte, gaande deselve huijsvrou de camer uijt.”

Wie is deze Helena Nouwens, getrouwd met Bastiaan van de Werck?

Bastiaan is geboren in Baardwijk op 4 maart 1685. Bastiaan is de zoon van Johannes Bastiaense van der Werck en Maria Ariens (Marike Corsten) Nouwens. Haar ouders zijn Adriaen Corstiaan Nauwens (+~1615) en Heijlken Lucassen (+ 9 sept 1612 te Sprang).
Helena Nouwens is geboren op 20 oktober 1680 in Sprang. Ze (onder)trouwen op 11 oktober 1720 in Sprang. De ouders van Helena zijn Corstiaen Nouwens en Helena de Wolf. Zijn ouders zijn dezelfde Adriaen en Heijlken. 
Helena en Bastiaan zijn dus neef en nicht.

Helena en Bastiaan krijgen (zover ik weet) één dochter: Ida. Zij trouwt met Johannes Neomagnus. Zij krijgen zeven kinderen. De jongste op 23 januari 1755 een zoon: Thomas Neomagnus. Hier lees je meer over Thomas en de Neomagnus familie. En ook over de families van der Werk en Nouwens.

Bastiaan was eerder getrouwd met Judith Cornelisdr. Cloosterman.

De voorouders van Adriaen Corstiaen Nauwens heb ik nog niet gevonden. De oudste bekende is Peter Nauwens of Nouwens, geboren circa 1550. Hij is de vader van Corstiaen Nouwens, beboren circa 1580. Ik kan dus ook niet melden in welke Nauwens/nouwens tak dit stel thuis hoort.

Misschien weet iemand meer?

Voor de duvel niet bang – Johannes Nouwens

Phily schreef: “Gisteren familiedag gehad in de Museumboerderij, Heeswijk Dinther! Was gezellig! Tot onze verbazing zagen we daar een foto hangen van ene Jan Nouwens. Gesneuveld bij de bevrijding.” De stamboom man gaat op zoek…

Door een magisch toeval had ik geheel volgens traditie ook kunnen schrijven: Vandaag 2 oktober in 1865 is geboren…

De J. Nouwens was al snel gevonden. Het is Jan (Johannes) Nouwens, geboren 2 oktober 1865. Jan is de zoon van Theodorus Nouwens (1827-1900) en Lamberdina Willems (1827-1865). Lamberdina overlijdt op 6 oktober 1865, een paar dagen na de geboorte van Jan.

voorouders van Jan Nouwens, geboren 2 oktober 1865

Deze Jan is dus geen directe nog indirecte familie. Hij is afstammeling van Joachim Naus van Wessem uit de buurt van Kessel (Limburg), geboren circa 1500.

Kinderen van Theodorus Nouwens en Lamberdina Willems

i.Jacomijna Nouwens [Timmers] is geboren op 14 juli 1856 in Dinther en overleden op 5 juli 1932.
ii.Lourentius (Laurentius) Nouwens is geboren op 14 jan. 1860 in Dinther en overleden op 22 feb. 1881.
iii.Jan Nouwens is geboren op 29 aug. 1861 in Dinther en overleden op 10 dec. 1861.
iv.Willem Nouwens is geboren op 26 aug. 1862 in Dinther en overleden op 19 feb. 1863.
v.Martinus Nouwens is geboren op 1 okt. 1863 in Dinther en overleden op 26 nov. 1937.
vi.Ida Nouwens [Aarts] is geboren op 22 sep. 1864 in Dinther en overleden op 15 aug. 1904.
vii.Johannes (Jan) Nouwens is geboren op 3 okt. 1865 in Dinther en overleden op 26 sep. 1944.

Het bevolkingsregister van 1869 van Dinther geeft een geboortedatum van 3 oktober 1863. Wel vreemd want in dat jaar op 1 oktober is broer Martinus geboren. Maar die staat dan weer niet in het bevolkingsregister. Moeder is dan al overleden want ze staat niet in het register, ook niet doorgestreept en overleden.

Vader Theodorus is arbeider, van geloofsovertuiging R.K. Andere bronnen beschrijven hem als boerenknecht of landbouwer.

Jan trouwt op 24 november 1893 in Heesch met Petronella van Hal. Zij houden de R.K. traditie ruimschoots in stand en krijgen samen 15 kinderen.

Kinderen van Johannes (Jan) Nouwens en Petronella van Hal

i.Lamberdina Nouwens [tr. Bolwerk] is geboren op 25 sep. 1894 in Berlicum en overleden op 18 mrt. 1969.
ii.Christianus Nouwens is geboren op 6 jan. 1896 in Dinther en overleden op 30 jan. 1976. Tr. Johanna Maas.
iii.Maria Francisca Nouwens [tr. van der Heijden] is geboren op 12 jan. 1897 in Dinther en overleden op 24 jul. 1966.
iv.Petrus Johannes Nouwens is geboren op 22 sep. 1898 in Dinther en overleden op 5 dec. 1921.
v.Theodorus Nouwens is geboren op 28 apr. 1900 in Dinther en overleden op 23 okt. 1900.
vi.Maria Nouwens [tr. van Santvoort] is geboren op 14 jun. 1901 in Dinther en overleden op 26 okt. 1936.
vii.Theodorus Nouwens is geboren op 8 sep. 1903 in Dinther 
viii.Maria Nouwens [tr. van den Brand] is geboren op 8 sep. 1903 in Dinther en overleden op 3 mrt. 1983.
ix.Jan Johannes Nouwens is geboren op 12 mei 1906 in Dinther en overleden op 20 mrt. 1956.
x.Ida Nouwens is geboren op 3 aug. 1907 in Dinther en overleden op 26 jun. 1908.
xi.Hendrikus Nouwens is geboren op 3 sep. 1908 in Dinther en overleden op 29 nov. 1908.
xii.Ida Nouwens [van Boxtel] is geboren op 18 dec. 1909 in Dinther en overleden op 18 dec. 1990.
xiii.Hendrika Nouwens is geboren op 1 jul. 1913 in Dinther en overleden op 30 sep. 1944.
xiv.Johanna (Anneke) Nouwens [tr. Jacobs] is geboren op 22 feb. 1915 in Dinther en overleden op 8 jun. 2006.
xv.Hendrikus Nouwens is geboren op 5 jul. 1918 in Dinther en overleden op 5 feb. 1961.

In 1943 viert het paar hun gouden bruiloft

26 september 1944

De website bevrijdinghdl.nl beschrijft de bevrijding van Heeswijk-Dinther en Loosbroek in 1944.

“Heel de dag krioelt het in de lucht van de jagers, ze duiken op Wijbosch en bij Schijndel. ‘s-Nachts om twaalf uur enkele vreselijke slagen.
Alles rent de kelder in. Als het rustiger wordt gaan de meesten van ons weer naar boven, vijftien blijven er in de kelder slapen. lk slaap in ’t harmoniumhok tussen de steunberen van de kerk. Het lichtnet schijnt ook kapot geschoten te zijn. En dus is er ook geen stromend water op de Abdij.”

Door dit bombardement en de beschieting werden (o.a.) de volgende personen gedood:  Jan Nouwens, zoon van Theodorus Nouwens en Lamberdina Willems, echtgenoot van Petronella van Hal, geboren te Dinther op 2 oktober 1865, wonende te Dinther A 87.

“De katholieke kerk van Dinther was erg getroffen. Het dak en de gewelven werden vernield, van de banken bleef nagenoeg niets over. Het priesterkoor met het altaar bleef gelukkig gespaard, de toren bleef ook onbeschadigd.”

Lees verder op http://www.bevrijdinghdl.nl/bevrijdinghdl/dag-10/deel-3/

Vier dagen na het bombardement op de abdij te Heeswijk overlijdt ook een dochter van Jan: Hendrica Nouwens, geboren te Dinther op 1 juli 1913.

Dezelfde website schrijft nog meer over onze Jan: http://www.bevrijdinghdl.nl/burgerslachtoffers/remember-stones/burgerslachtoffer.php?burgerslachtoffer=11

Zo ook: 

“Voor het grote gezin verdiende Jan zijn geld met de handel in kleinvee en het uitventen met paard en kar van huishoudelijke artikelen. Ook op kermissen was Jan te vinden achter een kraam met een velerlei snoepartikelen. Vanaf ongeveer 1910 kwam daar nog een kleine winkel in het woonhuis bij, waarin de gezinsleden snoepgoed, koffie, tabak en enige huishoudelijke artikelen verkochten. In het oorlogsjaar 1943 vierden zij hun gouden huwelijksfeest, hetgeen gebeurde onder een zeer grote belangstelling van de Dintherse bevolking. In 1944 sloeg het noodlot toe. Tijdens het bombardement op de kom van Dinther zat zijn vrouw met hun nog thuis wonende kinderen onder de trap van hun woning. Nog thuis waren Harrie, 26 jaren en lichamelijk gehandicapt door kinderverlamming en hun dochter Riek, 31 jaren oud. Jan, die voor de duvel niet bang was, liep bij de eerste beschieting naar buiten om te kijken wat er allemaal gaande was. Op dat moment werd hij dodelijk getroffen door een granaatscherf.”

 

Coletta Catharina Kin uit Baarle-Nassau

Eerder schreef of vertelde ik over een onderzoekje waar ik met een naamgenoot in ‘s-Hertogenbosch DNA samples vergeleken heb. Het resultaat was teleurstellend. Er bleek geen DNA match te zijn tussen mij en een naamgenoot waar op papier er wel een directe, heel verre verwantschap lijkt te zijn. Er is dus ergens in de keten (17 generaties terug en 16 generaties vooruit in de tijd) een verschil tussen een natuurlijke vader en een juridische vader. In de volksmond ook wel een onecht kind geheten.
Een opmerkelijke feit in zo’n nette familie Nouwens…

Vanavond bleek hoe netter de familie hoe groter deze kans eigenlijk is. Ik vond een document (pdf)  *1) wat schrijft over de parenteel van koning Willem III met zijn 90 relaties, bastaarden en hun nakomelingen.
Van zijn 111 bastaarden zijn er 86 die zelf weer kinderen hebben gekregen. Snel even zoeken dacht ik nog, je weet maar nooit. En ja hoor! Op pagina 71 vond ik er een paar.

Petronella Coleta Josephina Brekelmans, roepnaam Nellie, geboren Goirle 11-3-1925, overleden Udenhout 15-3-2001, 76 jaar en 4 dagen oud, dochter van IV-bs.
Zij is getrouwd Goirle 24-7-1950, op 25-jarige leeftijd met Janus Nouwens (27 jaar oud), geboren 20-10-1922, overleden Udenhout 15-3-2001. Toevallig had ik met de kleinzoon van Janus contact over het DNA.

Nellie’s moeder is Catharina Johanna Maria Witters, geboren Goirle 28 mei 1901.
Haar vader is Gerardus Ludovicus Witters, geboren Baarle-Nassau 27-3-1865.
Zijn moeder is Coletta Catharina Kin, geboren Brussel 30-8-1838.
Coletta is een natuurlijke (onwettige maar bekende) dochter van Willem III Alexander Paul Frederik Lodewijk, Koning der Nederlanden (1849-1890), Prins van Oranje-Nassau, Groothertog van Luxemburg, Hertog van Limburg, geboren Brussel 19-2-1817 met Maria Catharina Kin, naaister, geboren Baarle-Nassau 13 mrt 1814.

Voor wie niet heeft opgelet tijdens de geschiedenislessen: Koning Willem III is de vader van Koningin Wilhelmina, moeder van Koningin Juliana, moeder van Prinses Beatrix, moeder van Koning Willem Alexander.

Maria Catharina lijkt haar plaatsnaam en beroep op een andere en heel creatieve manier te hebben gecombineerd…

 

 

 

*1) Over de website pateo.nl. De auteur van deze website heeft een sterke mening over zijn versie van de waarheid die soms ver af lijkt te staan van de algemeen bekende verhalen. Ik kan niet beoordelen welke het meest waarheidsgetrouw is.

 

Adriana van Houtum geboren rond 1875 in Oirschot

Vandaag weer eens lekker zitten puzzelen, ik kreeg een hint over een huwelijk wat ik niet kende. De gegevens klopten niet helemaal en ik werd op een dwaalspoor gezet. Na wat verder speurwerk kreeg een huwelijk tien kinderen waar er ook nog eens 6 voor het trouwen en tijdens een eerder huwelijk van de moeder. Dat kan bijna niet in die tijd. Toch maar even doorzoeken naar de moeder: Adriana van Houtum uit Oirschot; hoeveel kunnen er zijn? Lees verder Adriana van Houtum geboren rond 1875 in Oirschot